23/03/2020: Zijn meerwaarden op kunstwerken belastbaar?

Een kunstliefhebber koopt op een openbare verkoop een schilderij aan voor een goede prijs. Enige tijd later verkoopt hij dit schilderij met een flinke meerwaarde. Deze meerwaarde zal in principe niet belastbaar zijn in de personenbelasting. Enige waakzaamheid is echter steeds geboden want de fiscus ligt steeds op de loer…

 

De meerwaarde die door een natuurlijke persoon wordt verwezenlijkt naar aanleiding van de verkoop van een kunstwerk is vrijgesteld van personenbelasting in de mate dat de verkoop voortvloeit “uit het normale beheer van het privévermogen”. In de praktijk zou deze voorwaarde geen aanleiding mogen geven tot enige bezorgdheid. De fiscus deinst er in bepaalde gevallen echter niet voor terug om te stellen dat de handeling een speculatief karakter heeft en/of de grenzen van het gewoon beheer van het privévermogen te buiten gaat, om de meerwaarde vervolgens te gaan belasten als een divers inkomen aan het tarief van 33%. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een recente zaak voor het Hof van beroep van Brussel (arrest van 6 juni 2019).

 

Om deze uitspraak goed te kunnen begrijpen, volgt eerst een kleine theoretische opfrissing. De fiscale wetgever heeft geen definitie voorzien van de uitdrukking “normaal beheer van het privévermogen”, waardoor deze een onuitputtelijke bron is van geschillen, en derhalve lange, risicovolle en kostelijke procedures. De rechtspraak heeft een reeks criteria vastgelegd om een onderscheid te kunnen maken tussen de (vrijgestelde) handelingen die voortvloeien uit het normale beheer van het privévermogen en de speculatieve (belastbare) handelingen of deze die een normaal beheer van het privévermogen te buiten gaan. Een aantal van deze criteria zijn : het aangaan van een lening, het nemen van risico’s, de aanwezigheid van een speculatief inzicht, de herhaling van de handelingen, de gebruikte methodes (een bepaalde organisatie om de verkoop in betere omstandigheden te bevorderen), de ervaring of de kennis van de belastingplichtige op dat vlak, enz.

 

In het geval van onze kunstliefhebber moet men dus in het bijzonder aandacht besteden aan volgende elementen om het risico op een belasting van zijn meerwaarde te kunnen inschatten:

 

  • de manier waarop het schilderij werd aangekocht

 

De fiscus is afkerig van het aangaan van een lening bij de bank, zeker wanneer het geleende bedrag hoog is in verhouding tot het vermogen van de belastingplichtige. Wanneer kunstwerken echter verkregen zijn door middel van een erfenis of een schenking of werden aangekocht met persoonlijke spaargelden wordt over het algemeen aanvaard dat de latere vervreemding het gevolg is van een normaal beheer.

 

  • het herhaalde karakter van de handelingen

 

Uit de frequentie van aan- en verkopen van kunstwerken kan een abnormaal beheer blijken.

 

  • het gebruik van een galerij (of van professionelen uit de kunstsector) kan eveneens een element in het nadeel van de belastingplichtige zijn

 

  • de ervaring of de kennis van de belastingplichtige binnen de kunstsector

 

In de zaak die aan het Hof van Beroep van Brussel werd voorgelegd had een student kunstgeschiedenis aan de ULB op een openbare verkoop een niet-getekend en niet-gedateerd schilderij aangekocht dat was toegewezen aan Vincent Van Gogh. Het had zelf geen beroepsactiviteit en was financieel afhankelijk van zijn ouders. Hij had de aankoopprijs – van 2.640.00 BEF – gefinancierd met een kredietopening gewaarborgd door zijn ouders. Een jaar later verkoopt de student het schilderij door aan de familievennootschap voor een bedrag van 8.750.000 BEF om zijn krediet bij de bank te kunnen terugbetalen.

 

De fiscus was van oordeel dat de meerwaarde belast moest worden als een divers inkomen en steunt zich hiervoor op het feit dat hij een lening was aangegaan, specifieke artistieke kennis had en speculatief zou hebben gehandeld. Volgens de administratie had de belastingplichtige zodoende het schilderij aangekocht om het met een meerwaarde door te verkopen aan de familiale vennootschap – waarvan hij zaakvoerder was geworden – en niet om het schilderij op een duurzame manier op te nemen in zijn privévermogen.

 

Het Hof van Beroep stelt de belastingadministratie echter in het ongelijk. Het Hof is van oordeel dat de belastingplichtige zich niet heeft laten leiden door enig speculatief inzicht. In de ogen van de Brusselse magistraten had de belastingplichtige het schilderij aangekocht om dit enerzijds in zijn privévermogen te kunnen opnemen en anderzijds om een jeugddroom waar te maken. Hij heeft het schilderij slechts met tegenzin verkocht aan de familiale vennootschap – waardoor het schilderij binnen de familie kon blijven – onder druk van de bank en zijn ouders om zijn schuld aan de bank terug te betalen. Volgens het Hof viel de verkoop van het schilderij in deze omstandigheden binnen een normaal beheer van het vermogen van de belastingplichtige. ■

 

Denis-Emmanuel Philippe
Advocaat-vennoot (Bloom Law)
Docent Universiteit van Luik

OP DE HOOGTE BLIJVEN?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief en ontvang de nieuwste blog-, pers- en media-artikels.